HEYDINNETIE
Van Jacob Cats
ZWOLSCHE HERDRUKKEN
Onder redactie van
DR. F. Buitenrust Hettema en J. H. van den Bosch
No. 1
Spaens Heydinnetie
SPAENS HEYDINNETIE
Van Jacob Cats
Uitgegeven door
Dr. F. Buitenrust Hettema
Vierde Herziene Druk
Zwolle--W. E. J. Tjeenk Willink--1922
INLEIDING.
I
Van Vader Cats kwam in 1637 uit zijn "'s Werelts begin, midden, eynde,
besloten in den Trov-ringh, met den proef-steen van den selven." [1]
't Is een vervolg op een vroeger werk, 't Houwelick; "door een
vorigh Boeck" heeft hij "de gronden van een goet houwelyck geleyt,
en een afkeer gepooght te maken van quade gangen die in soodanigen
gelegentheyt sigh openbaren"; en daarom heeft hij het "dienstigh
geacht, by dese jegenwoordige (z)ijne oeffeninghe de sake door
exempelen meerder klaerheyt te geven." [2] Immers "de wegh tot
wetenschap is lang door regels, kort door exempels, seyter een
wys schryver." [3] En Cats zijn "ooghmerck is geweest... onse
Landts-genooten met vermakelickheydt wat goets te doen lesen, en
daer door bequamer te maken tot het huyselick en borgerlick leven,
en een gelucksaligh sterven." [4]
De Trouringh vermeerderde de populariteit van de meest populaire
nederlandse dichter. Zijn werken werden bij duizendtallen
verspreid;--van het Houwelyck "bij de vijftigh duysent... van d'
Emblemata, Maegde-plicht, Zelf-strijt en Manlyke Achtbaerheyt... weynig
min".. wat buitengewoon is als men in aanmerking neemt dat Nederland
in die tijd maar een paar miljoen bewoners had; velen in 't Noorden
en Oosten nog hun eigen taal alleen verstonden; bovendien het aantal
niet-lezers veel groter was dan nu.
Dit werk, "hoe wel verscheyde jaren na d'andere werken uytgekomen"
(die telkens herdrukt waren), overtreft dat getal (van 25,000
eksemplaren, die alleen van de "Spieghel" verspreid werden), "en is
in twee besondere Steden weer op de pers", zo schrijft de uitgever
van Alle de Wercken in 1655: een jaar of 16 na de eerste uitgave.
Het buitengewoon in-trek-zijn van Cats, bij aanzienlik en gering, bij
geleerd en ongeleerd, is te bekend om er hier over uit te weiden. [5]
II
De Trouringh handelt over de _Liefde_. Die is de meeste. Zie mens
en dier; zie de onbezielde natuur, "siet de zeylsteen en het yser",
dat elkaar aantrekt, ziet "het amber en het stro."
Leringen nu wekken, maar voorbeelden trekken. Daarom:
"Ick heb by een gebracht verscheyde trou-gevallen,
Om daer te mogen sien hoe jonge sinnen mallen,
En hoe een rijper aert bequamer vvegen vint,
En hoe een reyne ziel haer tochten overvvint.
Maer dat is niet genoegh. VVy moeten ondersoecken
VVt al wat Reden hiet, uyt alderhande boecken,
VVie in dit noest gewoel de rechte baen verliest,
En vvie in tegen-deel de beste vvegen kiest.
Al hooger, mijn vernuf, vvy moeten onder-gronden
Het vvonderbaerste stuck van alle trou-verbonden,
Des Heeren diepste gunst, des hemels grootste vverck,
Hoe God de Sone paert met syn geminde Kerck.
Almachtigh, eevvigh, goet, oneyndigh, heyligh, vvesen,
Naer eysch, en rechte maet, by niemant oyt gepresen,
VViens onbegrepen VVoort de vverelt heeft gebout,
En noch door hooge macht geduerigh onderhout,
Die Adam hebt vergunt door u te zijn geschapen,
En in syn even-beelt syn lust te mogen rapen,
Die noch voor yder mensch, tot heden op den dagh,
Beschickt een eygen deel dat hem vernugen magh.
Die even uvve Kerck den segen hebt gegeven,
Te kennen voor een hooft den Prince van het leven,
En, uyt u diepste gunst, de menschen hebt gejont
Een noyt begrepen heyl, een eeuvvigh trou verbont." [6]
Zo schikt Cats, "naar het motief van het wondere huwelik zijn lier
aanstemmend, heel het menselik leven om dit éne middelpunt. En
ongemerkt glijdt langs gouden draad deze aardse liefdeweelde over in
de mysteriën van het geestelik huwelik." [7]
Want--"door-leest vry trou-gevallen
